Nicolaus Poppelius, martelaar

Eén van de Martelaren van Gorcum was Nicolaes Poppel, de tweede parochiepastoor in Gorinchem.

Hij was rond 1532 in een arm gezin geboren in Weelde of Poppel (ten zuiden van Tilburg, juist over de grens met het huidige België). Hij studeerde van 1553 tot 1556 wijsbegeerte en theologie aan de universiteit van Leuven; in 1557 volgde zijn priesterwijding. Twee jaar later kwam hij op verzoek van pastoor Leonardus Vechel, die hem vanuit de opleiding in Leuven kende, naar Gorinchem, aanvankelijk als assistent, later als tweede pastoor. Hij overwoog toe te treden tot de Jezuïeten, maar zag daarvan af op aandringen van Vechel vanwege zijn belang voor de parochie. Ook op de suggestie van de vader van Poppel (die daarvoor speciaal naar Gorinchem was gekomen), om in verband met de onrust en onveiligheid in het land terug te komen naar zijn geboorteplaats, vond geen inwilliging: in de parochie kon hij niet gemist worden.

In Gorinchem vervulde hij het pastoraat met grote inzet; alles wat gedaan moest worden pakte hij aan.  In Estius' Waerachtighe historie van de Martelaers van Gorcum (1604) is te lezen, dat hij in de stad daarom als 'slaefken' bekend stond, hetgeen later door getuigen, die hem nog gekend hadden, werd bevestigd. Maar hij reageerde daar altijd op met het gezegde "Hij slaaft wel [goed], die voor God slaaft".

Hij zou de gehele martelgang meemaken: gevangenneming in Gorinchem; opsluiting in 'De Blauwe Toren', waar hij ook fors werd gemarteld; per schip via Dordrecht naar Brielle, waar hij, tesamen met zijn achttien lotgenoten, uiteindelijk door ophanging ter dood werd gebracht.

Zoals bij de meeste ramen is de voorstelling gesplitst in twee delen: in het centrale deel is één der martelaren afgebeeld met een aantal hem betreffende symbolen, terwijl aan de bovenzijde een episode uit het leven van de betreffende martelaar is te zien. Op het hierbij afgebeelde gebrandschilderde raam uit 1836, naar ontwerp van de  glaskunstenaar pater Humbertus Randag heeft Poppel op zijn linker arm een boek met de tekst 'Dit is mijn lichaam'; die tekst verwijst naar één der twee geloofspunten, die bij de Martelaren centraal stonden (de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in de Eucharistie);R Poppel toonde in Gorinchem bijzondere aandacht daaraan. Met zijn rechterhand maakt hij een zegenend gebaar. Rechts van hem het wapen van het hertogdom Brabant (de streek waar hij vandaan kwam) afgebeeld. Links van hem kan, temidden van enige bloemen, een juk worden gezien; de kunstenaar wilde daarmee refereren aan het drukke bestaan van Poppel. Aan de bovenzijde is Poppel afgebeeld als hij, voordat de Geuzen bezit namen van de stad, op de Grote Markt (met de toren van de Grote Kerk op de achtergrond) de daar aanwezige schutters vermaanttrouw te blijven aan de koning en de stad, zoals zij plechtig beloofd hadden.

Randags leermeester Roland Holst (direkteur van de Rijksacademie van Beeldende Kunsten) was opgetogen over het raam; hij schreef aan Randag onder meer: "Ik vind ze werkelijk voortreffelijk, vol leven, toch vol gebondenheid, met den vollen toover van de kleur".

Klik hier voor meer informatie

003-nicolaas01.jpg